Vincent van Gogh | Korte Biografie

Korte Biografie over Vincent Van Gogh

Vincent van Gogh was een Nederlands kunstschilder. Zijn werk valt onder het postimpressionisme; een kunststroming die het negentiende-eeuwse impressionisme opvolgde. 

Vincent van Gogh werd geboren in Zundert, op 30 maart 1853, precies één jaar nadat zijn moeder was bevallen van een dood geboren kind, die zijn ouders ook Vincent hadden genoemd. Zijn ouders waren Theodorus van Gogh (1822-1885), die dominee van de Nederlands Hervormde Kerk was, en Anna Cornelia Carbentus (1819-1907). Hij had twee broers en drie zussen:

  • Anna Cornelia (Anna) 1855-1930
  • Theodorus (Theo) 1857-1891
  • Elizabeth Huberta (Lies) 1859-1936
  • Willemien Jacoba (Wil)1862-1941
  • Cornelis Vincent (Cor) 1867-1900

Vincent ging twee jaar naar de lagere school in Zevenbergen en volgde twee jaar het vervolgonderwijs in Tilburg. Op vijftien jarige leeftijd stopte hij met school. 

In 1869 startte Vincent als medewerker bij de Goupil & Cie, een kunsthandelaars bedrijf. De familie van Gogh had al lange tijd connecties in de kunstwereld. Zo waren ook twee ooms van Vincent kunsthandelaars. En ook zijn jongere broer Theo ging in deze branche werken, wat veel invloed heeft gehad op Vincent’s carrière als kunstenaar. 

Na vier jaar bij Goupil & Cie werd Vincent in 1873 overgeplaatst naar Londen waar hij twee jaar woonde. Hij bezocht vaak kunstgaleries en musea, die zijn latere werken zouden beïnvloeden. In mei 1875 werd Vincent overgeplaatst naar Parijs, maar het werd hem duidelijk dat hij geen voldoening meer vond in het verkopen van schilderijen. Hij gaf zijn baan op en ging in maart 1876 terug naar Engeland waar hij als onderwijzer op de school van dominee William P. Stokes ging werken. Hij gaf met veel plezier les aan 24 jongens. 

Vincent bracht uren door in musea en verdiepte hij zich in de bijbel. Hoewel hij opgroeide in een godsdienstige familie, werd hij er nu pas door geraakt en overwoog hij om zijn leven aan de kerk te wijden. Met hulp van dominee Jones voor wie Vincent, was gaan werken, begon hij als spreker bij de Parochie van Twinham Green. Dit moest hem voorbereiden op zijn eerste zondagspreek. Helaas waren Vincent’s preken inspiratieloos. Tijdens een familiebezoek met kerst besloot Vincent in Nederland te blijven. Op 9 mei 1877 vertrok hij naar Amsterdam om toegelaten te worden op de Universiteit van Amsterdam voor de studie Theologie. Hij slaagde er echter niet in om zich te plaatsen. Van Gogh maakte met de kerk een afspraak om een proefperiode preken te beginnen in de ernstig verarmde gebieden in West Europa; de steenkool mijnen in België. 

Vincent leefde enorm mee met de slechte arbeidsomstandigheden van de mijnwerkersgezinnen en probeerde hen als predikant zo goed mogelijk bij te staan. Zijn behoefte om te helpen ging ver. Hij gaf zijn eten en kleren aan de armste mensen. Ondanks zijn goede bedoelingen waren de afgevaardigden van de kerk teleurgesteld in zijn werkwijze en ontsloegen hem uit zijn ambt. Vincent weigerde echter om de mijnwerkers in de steek te laten en verhuisde naar een dorp waar hij in armoede leefde. Het is in die periode dat Vincent de mijnwerkersgezinnen en de slechte omstandigheden begon te tekenen en uiteindelijk voor zijn beroep als kunstenaar koos. 

Na ruim een jaar in arme omstandigheden te hebben geleefd verhuisde Vincent in 1880 naar Brussel om zich volledig op de kunst te storten. Hij werd financieel geholpen door zijn broer Theo, waarmee hij altijd een hechte band had gehouden. Over de jaren hebben tussen hen vele briefwisselingen plaatsgevonden (700 brieven), wat een bron aan informatie over Vincent’s leven en werk was. 

In de zomer 1881 verbleef Vincent bij zijn ouders en ontmoette zijn nicht Cornelia Adriana (Kee), die sinds kort weduwe was. Vincent werd verliefd op haar, maar werd afgewezen. Dat raakte hem diep. Hij vond steun bij Anton Mauve (1838-1888), zijn aangetrouwde neef. Mauve was een succesvol kunstenaar en stuurde Vincent schildermaterialen en gaf hem instructies. Helaas kwam hun goede relatie onder druk te staan toen Vincent ging samenwonen met de prostitué, Clasina Maria (Sien) Hoornik (1850-1904) in Den Haag. Sien was toen al zwanger. Na anderhalf jaar eindigde hun relatie door spanning van de armoede waarin ze leefden en door hun wispelturige karakters. Uit de brieven aan Theo bleek Vincent’s grote genegenheid voor Sien en zeker voor haar kinderen maar kunst bleef boven alles zijn grootste passie. 

Na de breuk met Sien zwierf Vincent door Drentee en schilderde landschappen en de bewoners. Na zes weken verhuisde hij naar Nuenen en trok weer bij zijn ouders in. Tot 1885 schilderde hij tientallen werken waarbij vooral de plaatselijke boeren geliefde objecten waren. De vele jaren van hard werken resulteerde in zijn eerste grote werk: De Aardappeleters. 

Er volgden vijf moeilijke jaren waarin Vincent probeerde zijn naam als kunstenaar te vestigen. Uiteindelijk verliet hij Nederland om zich in Parijs verder te ontwikkelen in gezelschap van de impressionisten. Ondanks dat hij hierdoor werd beïnvloed bleef hij zijn eigen stijl trouw. Hij ging bij zijn broer Theo wonen. In deze periode stopte de briefwisseling waardoor gedetailleerde informatie ontbrak.

In Parijs ontplooide Vincent zich verder als kunstenaar. Theo bracht hem in contact met diverse kunstenaars. Niet alleen Vincent’s wispelturig karakter zorgde voor spanningen tussen de twee broers, maar ook omdat hij de verleiding van het Parijse nachtleven niet kon weerstaan. Hij rookte en dronk veel en at ongezond. 

De rode draad in Vincent’s leven is ook zijn prikkelbaarheid en depressiviteit tijdens de wintermaanden. Dit patroon bleef terugkomen. 

Vincent had in Parijs veel vaardigheden en kennis opgedaan en vond het tijd om verder te gaan. Hij vertrok naar het Zuiden, daar waar de zon was. Begin 1888 settelde hij zich in Arles. Behalve schilderen wilde hij daar een kunstenaarscommune stichten voor zijn vrienden uit Parijs. 

De eerste weken waren een grote teleurstelling. In plaats van zon lag er sneeuw en was het erg koud. Gelukkig duurde de winter niet lang en schilderde Vincent een aantal van zijn meesterwerken: Pad door een veld met wilgen, en Path, Landschap met pad en afgeknotte bomen. 

Vincent was tevreden over het resultaat en voelde zich als herboren. Hij droomde om zijn kunstenaarskolonie te stichten en haalde Paul Gauguin over om naar het Zuiden te komen. Theo bekostigde dit grotendeels, omdat hij hoopte dat de komst van Gaugain voor een stabiel en gelukkig leven van Vincent zou zorgen. Ter compensatie wilde Theo,Gauguin’s schilderijen hebben, omdat zijn werk in tegenstelling tot Vincent iets opleverde. 

Op 23 oktober 1888 kwam Gauguin en samen schilderden de twee artiesten mooie producten. Echter toen de winter aanbrak, veranderde Vincent’s stemming. Helaas bleek ook Gauguin een fel karakter te hebben. Hun relatie verslechterde en ze hadden felle discussies. Dit zorgde dat Vincent’s psychische toestand achteruit ging. Na weer een woede aanval sneed Vincent zijn linker oorlel af en moest hij worden opgenomen. Nadat Gauguin Theo een telegram had gestuurd, verliet hij in december Arles. Pas in januari werd Vincent uit het ziekenhuis ontslagen. 

In januari maakte Vincent een aantal prachtige stukken, zoals ‘La Berceuse’ en de ‘Zonnebloemen’. Helaas kreeg hij in begin februari weer een inzinking en moest weer worden opgenomen. Deze gedwongen opname duurde zes weken, ook omdat de inwoners van Arles een petitie aan de burgemeester hadden overhandigd waarin ze bezwaar maakten over Vincent’s gedrag. Na overleg met Theo besloot Vincent tot een vrijwillige opname in de inrichting Saint-Paul-de-Mausole en verliet hij Arles. 

De toestand van Vincent werd stabiel. Hij mocht weer schilderen en maakte ‘De Sterrennacht’. Half juli volgde een nieuwe inzinking en probeerde Vincent zijn eigen verf in te slikken. Hij moest zijn verfmateriaal inleveren. Hij kreeg deze na een week terug omdat zijn gezondheid verbeterde. 

Een jaar na het incident met zijn oor, kreeg Vincent op 23 december 1889 wederom een zware inzinking, die ruim een week duurde. In die periode ontving Vincent voor het eerst positieve berichten over zijn werken. Na overleg met Theo vertrok hij op 16 mei 1890 naar Parijs waar hij bij zijn broer, diens vrouw en hun pasgeboren zoon introk. De drukke stad joeg hem echter op en al snel verruilde hij Parijs voor een rustig dorpje. In de maanden juni en juli schilderde Vincent zijn meest bekende werken ‘Portret van Dr. Gachet’ en ‘De kerk in Auvers’. 

Verschillende versies doen de ronde over de gebeurtenis op 27 juli 1890. Vincent zou op zondagavond met zijn ezel en schilderspullen naar de korenvelden zijn gegaan en zich in de borst hebben geschoten. Hij strompelde terug naar de herberg waar de herbergier hem op bed vond. De plaatselijke artsen besloten de kogel niet te verwijderen. Dezelfde avond werd per expres een brief naar Theo gestuurd, die de volgende dag arriveerde. Tijdens Vincent’s laatste uren waren de broers voortdurend samen. Theo schreef later aan zijn zus dat Vincent zich met de situatie had verzoend en verlangde om te sterven. Vincent van Gogh overleed op 29 juli 1890 om 1.30 in de armen van zijn broer. 

Theo van Gogh overleed zes maanden later en werd begraven in Utrecht maar in 1914 besloot Theo’s weduwe, Johanna, het lichaam te herbegraven naast het graf van Vincent in Auvers. 


We hebben een fraai maandelijks overzicht gemaakt van alle belangrijke dagen die te maken hebben met onze notitieboeken, pennen en overige schrijfwaren. De moeite waard om te bekijken.